SDG 11 gaat over het veiliger, meer inclusief, duurzaam en veerkrachtig maken van steden en gemeenschappen. Studenten kunnen acties ondernemen om hun eigen gemeenschap te helpen duurzamer te worden. Dit vereist hun vermogen om duurzame verandering op een systemische manier te faciliteren. "Meer dan de helft van ons woont in steden. Geschat wordt dat in 2050 twee derde van de mensheid - 6,5 miljard mensen - stedelijk zal zijn. Duurzame ontwikkeling kan niet worden bereikt zonder de manier waarop we onze stedelijke ruimtes bouwen en beheren ingrijpend te veranderen. De snelle groei van steden - als gevolg van een stijgende bevolking en toenemende migratie - heeft geleid tot een hausse aan megasteden, vooral in het zuiden van de wereld, en het aantal dichtbevolkte stedelijke gebieden die worden gekenmerkt door ondermaatse huisvesting worden een belangrijker kenmerk van het stadsleven." (ontwikkelingsperspectieven, 2017)

In ontwikkelde landen is het van cruciaal belang om na te denken over hoe we onze steden duurzamer kunnen maken om het milieu-ecosysteem in stand te houden en het menselijk welzijn te verbeteren. Dit betekent dat we moeten nadenken over hoe we onze steden bouwen, hoe mobiliteit moet worden georganiseerd en hoe we voedsel produceren, ook in stedelijke omgevingen. SDG 11 omvat subdoelstellingen met betrekking tot veilige en betaalbare huisvesting en basisdiensten, duurzame mobiliteitssystemen met aandacht voor mensen in kwetsbare situaties, duurzame verstedelijking, bescherming van cultureel en natuurlijk erfgoed, vermindering van de risico's van natuurrampen, vermindering van de ecologische impact van steden en gemeenschappen, groene, veilige en inclusieve openbare ruimten, duurzaam bouwen en verbouwen.

Als individu kan je bijdragen aan deze SDG door acties te ondernemen met betrekking tot duurzame mobiliteit en logistiek, duurzame particuliere infrastructuur en openbare ruimte en door deel te nemen aan de lokale besluitvormingsprocessen.

Actiegebieden

  • Duurzame mobiliteit

    Duurzame mobiliteit

    Je kan bijdragen tot een duurzamere stad door te kiezen voor groene vervoersmiddelen die een lage impact hebben op het milieu. Mobiliteit heeft een grote invloed op luchtvervuiling en de uitstoot van broeikasgassen. Voorbeelden van duurzame mobiliteit zijn lopen, fietsen of het gebruik van andere groene voertuigen. Als de afstanden groter zijn, kun je op zoek gaan naar alternatieven voor de auto, zoals openbaar vervoer of carpoolen. Autodelen is ook duurzamer en budgetvriendelijker dan het bezitten van een auto, omdat de auto die je bezit meestal niet wordt gebruikt. Duurzame mobiliteit draagt ook bij tot een actievere, gezondere levensstijl en verbetert de sociale interactie.
  • Duurzame en inclusieve infrastructuur

    Duurzame en inclusieve infrastructuur

    Duurzame infrastructuur verwijst naar hoe de structurele elementen (particuliere woningen, openbare ruimtes, industrie enz.) in jouw gemeenschap worden ontworpen, gebouwd en hoe ze werken. Om duurzaam en inclusief te zijn, moet de infrastructuur zo worden ontworpen dat deze zo min mogelijk impact heeft op het milieu en bijdraagt ​​aan het welzijn van alle leden van jouw gemeenschap (ook de meest kwetsbaren). Hoe we onze gemeenschappen vandaag opbouwen, heeft ook invloed op toekomstige generaties. Als individu kun je bijdragen aan deze SDG door de impact van je woning en van de openbare ruimte in je buurt te analyseren. Je kan ook lokale acties ondernemen om deze te verbeteren.
  • Gemeenschapsparticipatie

    Gemeenschapsparticipatie

    Studenten moeten leren pleiten voor een duurzame, veerkrachtige en inclusieve infrastructuur en mobiliteitsstrategie in hun eigen gemeenschap. Infrastructuur die bijdraagt ​​aan het welzijn van de mens zonder de planetaire grenzen te overschrijden. Als individu kan je deelnemen aan lokale initiatieven die duurzaamheid bevorderen of je zelf kandidaat stellen voor verkiezingen in jouw stad. Als individu kun je een change agent zijn door je bewust te zijn van je waarden en principes en het vertrouwen en de vaardigheden te hebben om voor je mening op te komen. Dit betekent door leiderschap te tonen, rekening te houden met de waarden van anderen, samenwerking en co-creatie mogelijk te maken om duurzaamheidsactiviteiten in je gemeenschap op te zetten.
  • 1
  • 2
  • 3