Klimaatverandering is een van de grootste uitdagingen van onze samenleving, aangezien die verandering veel nadelige gevolgen heeft voor ecosystemen, economische sectoren en de menselijke gezondheid en het menselijk welzijn. Extreme weersomstandigheden en klimaatgerelateerde gebeurtenissen die het gevolg zijn van klimaatverandering, hebben gevolgen voor de beschikbaarheid van eerste levensbehoeften zoals zoet water, de voedselzekerheid en de biodiversiteit, en leiden tot gevaren zoals overstromingen en droogtes. Anticiperen op en voorkomen van de gevolgen van klimaatverandering vergen van ons allemaal een omschakeling van onze economieën en onze levenswijze.

SDG 13 heeft tot doel het weerstandsvermogen van landen en hun aanpassingsvermogen ten aanzien van klimaatgerelateerde gevaren en natuurrampen te versterken door mitigatie- en aanpassingsmaatregelen inzake klimaatverandering in nationale strategieën, beleidsmaatregelen en planning te integreren. Op Europees niveau wil de European Green Deal de EU betrekken bij de uitdaging om tegen 2050 een "klimaatneutraal" Europa tot stand te brengen.

Deze noodzakelijke overgang naar groenere economieën en gedragingen vergt bewustmaking en nieuwe capaciteit om deze uitdaging aan te gaan. De vraag naar nieuwe vaardigheden gaat van nieuwe hoogwaardige vaardigheden (bv. ontwikkeling van nieuwe technologieën, hernieuwbare energie) tot de inzet van individuen, bedrijven en instellingen voor aangepaste strategieën en acties. Alle sectoren zijn erbij betrokken: van grote ondernemingen tot kleine en microbedrijven, privaat en publiek. En veel banen kunnen groene banen worden.

O Trainers en onderwijzers kunnen studenten helpen beter te begrijpen hoe de klimaatverandering hun dagelijks leven en hun werkomgeving kan beïnvloeden. studenten moeten zich ook bewust worden van hun bijdrage aan de klimaatverandering om deze te analyseren en nieuwe methoden en houdingen te bepalen om beter bij te dragen aan mitigatie en aanpassing.

O SDG13 wil ons eraan herinneren dat we de verbintenis tot het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering en de verdere ontwikkelingen daarvan moeten uitvoeren.

Actiegebieden

  • Broeikasgasemissies

    Broeikasgasemissies

    Klimaatverandering wordt veroorzaakt door toenemende uitstoot van broeikasgassen (BKG). We moeten deze emissies aanzienlijk verminderen om de ergste gevolgen van klimaatverandering voor Europa en de hele wereld te vermijden. Koolstofdioxide wordt beschouwd als het belangrijkste broeikasgas. De ernst van klimaatverandering hangt af van hoeveel en hoe snel we betere keuzes kunnen maken voor vervoer, energiebronnen, consumptie, afvalproductie en andere activiteiten. We kunnen onze CO2-voetafdruk berekenen en proberen bij te dragen aan het verminderen van emissies om het verschil te maken.
  • Energieverbruik

    Energieverbruik

    Hoe meer elektriciteit we gebruiken, hoe hoger de vraag is om deze elektriciteit te produceren. Zelfs als de productie van hernieuwbare energie in de EU toeneemt, is 40% van de elektriciteit die in de EU wordt verbruikt afkomstig van elektriciteitscentrales die fossiele brandstoffen verbranden, waardoor er meer broeikasgassen worden uitgestoot. Bovendien importeert de EU nog steeds ongeveer 50% van haar energie, voornamelijk aardolieproducten. Om deze belangrijke bron van broeikasgasemissies te beperken, streeft de EU-strategie naar een grotere bijdrage van hernieuwbare energie aan onze elektriciteitsproductie. Op individueel niveau kan men de energie-efficiëntie verhogen (thuis, van verschillende huishoudelijke apparaten) en het energieverbruik verminderen. Dit zorgt voor een bijdrage aan de vermindering van zowel de uitstoot van broeikasgassen als de elektriciteitsrekening!
  • Duurzaam wonen

    Duurzaam wonen

    Er zijn tal van dingen die we in onze levenswijze kunnen veranderen om onze BKG-uitstoot te verminderen en bij te dragen tot de beperking van de klimaatverandering. Onze individuele keuze van levensstijl en ons bewustzijn van onze werkelijke behoeften kunnen onze koolstofvoetafdruk verkleinen. De manier waarop we ons als consument gedragen, heeft een omgekeerd effect. Ons energieverbruik thuis beter beheren door een energie-efficiëntere koelkast, oven of andere apparatuur te gebruiken, door de isolatie te verbeteren, door de temperatuur met een paar graden te verhogen of door te kiezen voor een bedrijf dat groene energie levert, kan helpen. We kunnen de uitstoot van broeikasgassen ook verminderen door onze manier van winkelen en consumeren aan te passen. Maar als onze individuele consumptiepatronen positief kunnen veranderen in de richting van een duurzamere manier van leven, is actie op gemeenschapsniveau nog efficiënter: deelnemen aan strandreiniging of een gemeenschappelijke tuin met een lokale NGO of samen met uw buren carpoolen of thuis composteren organiseren, zal onze gemeenschappelijke inzet voor een duurzaam leven bevorderen.
  • 1
  • 2
  • 3